S

Sabel Kleine stroop-taai-taai in sabelmodel
Sammejoeker Schobbejak
Séůne Zenuwen
sčunes 's zondags
sieners laat eens zien
Sintermartusveůgeltje Lampion
Sjortouw Lijn waarmee de kwakboom boven water werd getrokken
Skačr Schaar
Skaft Schacht van een anker
Skakelgáere` Garen waarvan de haringschakels gebreid werden
Skammerottig Verwaarloosd – Slordig (van: schaam me rot?)
Skandeleseert Beschadigd
Skandalig Ongepast – Onbehoorlijk
Skar Schar
Skarreláer Man die met een roeibootje materiaal tussen wal en botter vervoert
Skarremaaië Voorwerpen met een slingerbeweging verplaatsen (uitdrukking uit de bouwwereld)
Skarremaaiër Ratel
Skarreminkel Scharminkel (lang en mager persoon of dier)
Skavotje Opbergruimte in het vooronder
Skediel Pokhouten hulpmiddel bij het nettenbreiën
Skelling Schelling (munt met een waarde van 48 duiten en later 30 centen)
Skiel Houtje waarover gebreid wordt en dat door de omtrek de maaswijdte bepaald
Skielig Scheel
Skiete In zee zetten van want of netten / Gedeeltelijk laten zakken van het grootzeil
Skějtbliek Na de ansjovistijd snel gegroeide jonge haring
Skik Schik – Plezier
Skobbejak Slimme schurk
Skobberdebonk Klaplober
Skoen Schoen
Skoengesp Zilveren gesp op mannenschoen
Skoer Schouder
Skoerspeld Zilverend speld (met Zeeuws knopje) tot vastzetten van het schouderstuk van het kletje
Skóetje Klein langwerpig brood
Skoevelinge` Schaatsen met brede ijzeren krul aan de voorzijde
Skokker troet Gerecht van meel en water (werd met een boter- en stroopsauce gegeten
’t Skompus werreke Uit de naad werken
Skóot in de bout Onderste blok van de grootschoot te loevert brengen
Skoppele` Schommelen
Skorre grňend Grond waarop een laagje schelpen ligt
Skorre zeiltje Voor beschutting uitgelegd grondzeil
Skort Schort
Skótebáand Ijzeren band om de giek waarin het schoten blok hangt
Skóteblok Blok van de schoot
Skouw Schouw – Platte schuit
Skrap Afbetaald – Gelijk
Skráwe` Schreeuwen
Skráwleůlik Schreeuwer – Druktemaker
Skrikpoeier Schrikpoeder (destijds verkocht door de apothekers-assistent Jan Bol. Wit poeder was normaal, terwijl voor ernstige gevallen rood poeder werd gegeven)
Skril Schril
Skročk Mager
Skrobbéuring Terechtwijzing – Uitbrander
Skročtje Schrootje (strook tulen tussen het kant en de kap van de hul)
Skrok Schrok – Gulzig persoon
Skůifbóom Vaarboom
Skůilevinke` Verstoppertje spelen
Skůive Vaartuig met vaarboom voortbewegen
Skurreke Schruken / hard wrijven
Skuttel Schotel (geen schoteltje, zie: Bakkie)
Sláepmus Lang gebreide muts met verschillende gekleurde strepen (tot eind 19e eeuw in gebruik)
Slappe derrie Slib – prut
Sletje Babbelaar (zoet snoepje)
Sléůp Lengteverschil van lijnstukken tussen onder- en bovenreep
Slikbek Snoeper
Slik – slikkie Snoep – snoepgoed
Slikke` Snoepen, Likken
Slingering Blanke kantkoek
Slobbere Pootje baden
Sloeriebel Slons
Slokkie Borrel
Slort Luďer
Slowaak Een tot vleugelkuil vermaaakte Engelse kuil
Sluuf – Slufie 1/8 knot wol of katoen
Smak St. Nicolaas cadeaus
Snaartje Schoonzuster
Snakker Fris
Snéůstok Balkje tot spreiding van het einde van een beug,haring- of ansjovisnet
Snijč Zo hoog mogelijk aan de wind vissen
Snoer Zijlijn van het hoekwant
Sociale want Rond 1890 ontwikkeld nieuw soort hoekwant
Spčige` Vomeren – Braken
Spekbak Schouw (ijzeren scheepstype dat na de Z.Z.-afsluiting veelal oude botters verving)
Spek načr mái toe Volop voorraad hebben – vooruit kunnen
Spekkie Zacht snoepje
Spéut Speet (houten of ijzeren staaf om vis aan te roken)
Spierewumpele Jongensspel met 2 straatklinkers en 2 eiken stokjes, welke op 10 verschillende manieren vanaf de stenen weggeslagen kunnen worden
Spléůt Voorwerp tot opzetten van de haken bij de hoekwantvisserij – Spleet
Spléůte` Ontwarren en op spleten zetten van vervist hoekwant
Splét’outje Afdeklatje van een spleet met haken
Spoel Breinaald voor netten
Spoormŕndje Rieten reismandje met twee halve deksels, scharnierend aan bovenzijde
Spor Draadlus waarmee een aantal mazen aan gaal of reep wordt verbonden
Spouw- en klóofgang Dubbele gang in het aatje van een kuil
Sprot Jonge of halve haring
Spruuw Spreeuw
Spul Circus
Spullekiekie Kijkdoos
Spulletje Spelletje / beperkte inventaris
De Stad Amsterdam
Statief Treeft – drievoet
stékerŕep Koolraap
Stel Haak met snoer van het hoekwant
Stenne Kreunen –Steunen
Stéůle` Minderen bij het breien van netwerk
Stelling Verhoogde vloer in Volendamse botter
Stien Steen
Stientoutje Lijn tussen stok en stenen tegengewicht van het hoekwant
Stigt Ergens zin in hebben
Stik Boterham
Stikkezakkie Boterhamzakje
Stikkend Stuk – Kapot
Stofblak Totaal geen wind
Stóom Motorvermogen van eenbotter
Stóomfiets Motorrijwiel
Stóompie Machinaal vervaardigde hullenkant
Stos Verbeelding
Streept blempie Gestreept katoenen onderkleding voor mannen
Stréůk Trek met de kuil
Stróok ‘ouwe Gedragslijn volgen
Strějkbčugel Schepnet met kromme steel
Strějkie Met schepnet vis uit de bun scheppen
Strik Platte knoop met eenlus in het ene part
Stropper In hoekwant verstrikte paling die bijna gestikt opgehaald wordt
Stuf Vlakgum
Stut – stutte Rondjout om zeilen uit te zetten
Sulle` Bij licht weer met de dwarskuil vissen / Glijden